Vraag & Antwoord

De onderlinge rechten tussen echtgenoten

Wat zijn de rechten van de echtgenoten onderling volgens het Boek van Allah en de Soennah? Of met andere woorden: wat zijn de plichten en rechten van man tegenover zijn vrouw en andersom?

Alle lof is voor Allah. 

De Islaam heeft de man plichten opgelegd ten opzichte van zijn vrouw, en de vrouw plichten opgelegd ten opzichte van haar man. Er zijn ook plichten die beiden dienen na te komen.

We zullen –met de wil van Allah– de rechten en plichten van de echtgenoten onder elkaar conform het Boek en de Soennah opnoemen en de uitspraken van de geleerden over dit onderwerp.

Allereerst:

Rechten die specifiek voor de vrouw zijn: financiële rechten en niet-financiële rechten.

Voor de vrouw zijn er financiële rechten op haar man zoals: de bruidsschat, het onderhoud en huisvesting.

En de niet-financiële rechten: zoals rechtvaardigheid tussen de vrouwen (bij meerdere vrouwen), eervol volgens de voorschriften met hen te leven, en het niet schaden van de vrouw.

1. Financiële rechten:

A – De bruidsschat: 

De bruidschat is het geld waar de vrouw recht op heeft wanneer er een huwelijkscontract opgesteld is of wanneer hij bij haar binnengaat, het is een verplichte recht voor vrouwen. Allah (de Verhevene) zegt: “En geeft de vrouwen hun bruidschatten als een schenking.” (Soerat an-Nisaa-e (4) aayah 4).

De instelling van de bruidsschat geeft de belangrijkheid van deze huwelijksband aan en de positie ervan, en het is tevens een eerbetuiging voor de vrouw. 

En de bruidsschat is geen vereiste in het huwelijkscontract en ook geen pilaar ervan bij de meerderheid van de geleerden. Als het huwelijkscontract opgesteld is zonder het noemen van de bruidsschat is deze rechtsgeldig. Hierover is er een consensus bij de meerderheid van de geleerden conform de uitspraak van Allah (de Verhevene): “Er rust geen zonde op jullie wanneer jullie de vrouwen scheiding geven voordat jullie hen hebben aangeraakt (geslachtsgemeenschap) of jullie voor hen een bruidschat hebben vastgesteld.” (Soerat al-Baqarah (2) aayah 236).De toelaatbaarheid van scheiden vóór geslachtsgemeenschap en vóór het instellen van de bruidschat duidt erop dat het toegestaan is deze niet te benoemen in het huwelijkscontract.

Als de bruidschat genoemd is in het huwelijkscontract dan is de man verplicht deze te voldoen, en als deze niet genoemd is in het huwelijkscontract dan dient de man de bruidschat (soort, hoeveelheid of waarde) te voldoen van wat gangbaar is onder de bruidschatten dat gegeven wordt aan vrouwen van haar soort. 

B – Het onderhoud:

De geleerden van de Islaam zijn het met elkaar unaniem eens dat het verplicht is voor de mannen hun vrouwen te onderhouden in een huwelijk. Wanneer de vrouw zich onthoud van haar man (bed) of hem ongehoorzaam is (in het goede) dan heeft zij hier geen recht op. 

De reden voor de verplichting van onderhoud aan haar, is dat de vrouw bij de man onder een contract van het huwelijk staat, en het haar niet toegestaan wordt het huis te verlaten om de kost te verdienen behalve met zijn toestemming. Derhalve is het daarom verplicht haar te onderhouden, en zij dient zich dan niet te onthouden van haar man.

De betekenis van het onderhouden van de vrouw is wat de vrouw nodig heeft van voedsel en huisvesting. Deze zaken zijn een recht voor haar ook al is zij rijk. Allah (de Verhevene) zegt: “En op de vader rust de plicht van het voorzien in hun voedsel en hun kleding, volgens de voorschriften.” (Soerat al-Baqarah (2) aayah 233). Allah (de Verhevene) zegt ook: “Laat de welvarende besteden volgens zijn welvaart; en degene wiens voorzieningen beperkt zijn, laat hem besteden van wat Allah hem heeft gegeven.” (Soerat at-Talaaq (65) aayah 7). 

In de Soennah:

Hind bint ‘Oetbah, de vrouw van Aboe Soefyaan, kwam haar beklad doen bij de boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) over het Aboe Soefyaan. Ze zei tegen de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem): “O boodschapper van Allah! Aboe Soefyaan is een gierige man. Hij onderhoudt mij niet met het geen dat nodig is voor mij en mijn kinderen.” De profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei tegen haar: “Neem van hem datgene dat voldoende is voor jou en je kinderen.” Overgeleverd door al-Boekhaari (5049) en Moeslim (1714).

C. Huisvesting:

Dit is ook een van de rechten van de vrouw, en dat is dat haar man een woning beschikbaar stelt naargelang het vermogen en zijn inkomen. Allah (de Verhevene) zegt: “Laat hen (gedurende de wachttijd) wonen zoals jullie zelf wonen, naar jullie vermogens.” (Soerat at-Talaaq (65) aayah 6). 

2. Niet-financiële rechten:

A. Rechtvaardigheid tussen vrouwen: het recht van de vrouw aan haar man is rechtvaardig te zijn wanneer de man meerdere vrouwen heeft. De man moet de vrouwen eerlijk en gelijk behandelen wat betreft behuizing, uitgaven, kleding, voedsel en zijn manier van samenleven met hen.

B. Goede behandeling: de man dient op een beste manier om te gaan met zijn vrouw en vriendelijk tegenover haar te zijn, en datgene aan te bieden wat haar gelukkig maakt. Allah (de Verhevene) zegt: “En behandelt hen volgens de voorschriften.” (Soerat an-Nisaa-e (4) aayah 19). En de uitspraak van Allah (de Verhevene): “En voor de vrouwen zijn er rechten overeenkomstig hun plichten, volgens wat redelijk is.” (Soerat al-Baqarah (2) aayah 228). 

Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalt dat de boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei: “Behandel vrouwen vriendelijk, want vrouwen zijn uit een rib geschapen en het meest gebogen gedeelte is het bovenstuk. Als je probeert haar recht te maken breek je het en als je het zo laat blijft die gebogen. Behandel vrouwen dus vriendelijk.” Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.

In een andere overlevering eveneens overgeleverd door Aboe Hoerayrah dat de boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei: “De beste gelovige in het geloof zijn degenen met het beste karakter; en de beste van hen zijn degenen die zich het beste gedragen tegenover hun vrouwen.” Overgeleverd door at-Tirmidzie.

Hieronder enkele voorbeelden van de beste omgang van de boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) met zijn vrouwen, en hij is waarlijk het beste voorbeeld:

1. Zeyneb de dochter van Oem Salamah (moge Allah tevreden met haar zijn) verhaalt dat Oem Salamah tegen haar zei: “Ik menstrueerde op een plaats waar zich ook de boodschapper van Allah bevond. Ik ging stilletjes, nam mijn kleding waarin ik menstrueerde en vertrok. De boodschapper van Allah vroeg mij: “Ben je getroffen door menstruatie?” Ik antwoordde bevestigend en hij riep mij terug en liet mij zitten waar hij ook zat.” 

Zeyneb verhaalt ook: “Zij (Oem Salamah) vertelde mij dat de boodschapper haar kuste terwijl hij vastende is. Ze vertelde ook dat zij en de boodschapper van Allah samen een bad namen na een staat van Djanaabah (staat van onzuiverheid na geslachtsgemeenschap).” Overgeleverd door al-Boekhaari (316) en Moslim (296).

2. ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden met haar zijn) heeft ook overgeleverd dat Ethiopiërs een keer als afgevaardigden naar de profeet kwamen.Tijdens een ‘Ied dag speelden zij binnen in de moskee met hun speren.‘Omar wou hen stoppen, maar de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei: Laat hen.” De profeet stond in de deur die van ‘A’iesha’s kamer naar de Masjid leidde en nodigde haar uit om achter hem te komen staan en hun spel te zien. Ze zei: “Zij speelden in de Masjid. De boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) gebruikte zijn buitenkleding om mij mee te bedekken terwijl ik keek. Ik stond achter hem, mijn kin op zijn schouder, en mijn gezicht tegen de zijne. Hij wachtte geduldig totdat ik mijn nieuwsgierigheid had bevredigd en wilde weggaan, dus jullie moeten een jong meisje haar behoefte om te spelen begrijpen.” (Overgeleverd door al-Boekhaari en Moeslim).

3. ‘Aa-ieshah, moeder van de gelovigen, levert over dat de boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zittend ging bidden en de Qor-aan las terwijl zittende was. Wanneer er ongeveer dertig of veertig verzen van zijn recitatie overbleef, stond hij op en las deze dan staand. Daarna deed hij de Roekoe’ (buiging) en vervolgens de Soedjoed (neerknieling). Dit deed hij ook in het tweede Raka’a en wanneer hij klaar was met zijn gebed, en ik wakker kwam hij met mij praten, en wanneer ik sliep, ging hij ook slapen.” Overgeleverd door al-Boekhaarie (1068).

C. Geen kwaad berokkenen aan de echtgenote: dit is een van de oorsprongen en basisprincipes van de islaam. Als kwaad en afbreuk verboden is voor buitenstaanders (geen naasten), dan is dit voor de echtgenote meest voor de hand liggend.

De boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei: “Doe geen kwaad en vergeld geen kwaad met kwaad.” Overgeleverd door ibn Maadjah (2340) en de overlevering is authentiek verklaard door Imaam Ah’mad, al-H’aakiem, ibn as-Sallaah’ en anderen. Zie: "al-Badr al-Moenier” (2/438).

Ten tweede:

Rechten van de man ten opzichte van zijn vrouw:

De rechten van de man ten opzichte van zijn vrouw  behoren tot een van de grootste van de rechten, zijn recht op haar is groter dan haar recht op hem. Allah (de Verhevene) zegt: “En voor de vrouwen zijn er rechten overeenkomstig hun plichten, volgens wat redelijk is. Maar voor de mannen is er een rang boven hen (de vrouwen). En Allah is Almachtig Alwijs.” (Soerat al-Baqarah (2) aayah 228). 

Al-Djassaas zei: “Allah vertelt ons in dit vers is dat eenieder van de echtgenoten rechten heeft op de andere, maar de man heeft een recht op zijn vrouw die zij niet heeft op haar man.” 

Ibn al-‘Arabi zei: “Deze tekst duidt erop dat de man een positie boven haar heeft en voorrang heeft op de rechten van het huwelijk.”

Deze rechten zijn onder meer:

A –De verplichting van gehoorzaamheid: Allah heeft de man aangesteld als toezichthouder. Dit betekent dat mannen een stap boven de vrouwen staan en verstandelijk en lichamelijk superieur is ten  opzichte van haar. Allah (de Verhevene) zegt: “De mannen zijn de toezichthouders over de vrouwen omdat Allah de één boven de andere bevoorrecht heeft en omdat zij van hun eigendommen uitgeven (aan de vrouwen).” (Soerat an-Nisaa-e (4) aayah 34). 

Ibn Kethir zei: ‘Aliy ibn Abie Talh’ah levert over dat Ibn ‘Abbaas zei over ”De mannen zijn de toezichthouders over de vrouwen”: gezaghouders over hen, dat zij hem gehoorzaamd in datgene waarmee Allah haar heeft verplicht hem te gehoorzamen, en het behoort tot zijn gehoorzaamheid dat zij goed is voor zijn gezin en zijn rijkdommen bewaart.” Dit is ook gezegd door al-Moeqaatil, as-Soeddie en ad-Dhahh’aak. Zie Tefsier ibn Kethier (1/492).

B – De vrouw dient de seksuele behoeften van haar man te bevredigen wanneer zij daartoe in staat is.  Wanneer de vrouw, zonder enige reden, zich hiervan onthoudt bevindt zij zich op glad ijs en heeft zij een grote zonde begaan. Vandaar dat de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) krachtige woorden hierover heeft uitgesproken. Hij zei namelijk: “Wanneer een man zijn vrouw naar zijn bed uitnodigt en zij niet tot hem komt, waardoor hij de nacht boos op haar doorbrengt, zullen de engelen haar vervloeken totdat zij (weer) wakker wordt.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en (3065) en Moeslim (1426). 

Dit geldt natuurlijk alleen indien zij geen geldige reden heeft. Mankeert zij echter iets waardoor zij verhinderd wordt op zijn uitnodiging in te gaan, zoals in geval van ziekte, dan dient de man haar met rust te laten en niet zijn zin door te drammen. Ook als de vrouw zich in haar menstruatie bevindt, is het haar niet toegestaan de man in de gelegenheid stellen geslachtsgemeenschap met haar te hebben, want dit is verboden en ontoelaatbaar in de Islaam en een grote zonde.

C – Het behoort ook tot de rechten van de man dat de vrouw niemand waar hij een afkeer van heeft zijn huis laat betreden. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) levert over dat de boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei: “Een vrouw dient niet vrijwillige te vasten zonder zijn toestemming. En zij (de vrouw) laat niemand zijn huis binnen zonder zijn toestemming.”  Overgeleverd door al-Boekhaarie (4899) en Moeslim (1026).

De boodschapper van Allah zei ook tijdens de H’adjatoe al-Wadaa’ (afscheidsbedevaart): “O mensen, u hebt rechten tegenover uw vrouwen en zij hebben rechten tegenover u. Uw recht op hen is dat zij niemand in uw woningen toelaten van wie u niet houdt.” Een deel van de overlevering uit Soenen at-Tirmidzie (1163) en hij zei: “Deze h’adieth is h’asan sah’ieh’”, en Ibn Maadjah (1851).

Opmerking: Dit betekent echter niet dat de man een verkeerde invulling hieraan gaat geven door bijvoorbeeld de vrouw de mogelijkheid te ontnemen om haar vriendinnen en kennissen thuis te ontvangen. Een huwelijk berust niet alleen op het nakomen van verplichtingen, maar vooral op wederzijds begrip, respect en wezenlijke aandacht voor elkaars behoeften. Want alleen dan zal de huiselijke sfeer erg gemoedelijk en gezellig zijn en kunnen de ouders hun kinderen de geborgenheid bieden die zij nodig hebben.

Djaabir (moge Allah tevreden met hem zijn) levert over dat de boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei: “Vrees Allah wat betreft vrouwen! Jullie hebben hen tot echtgenotes genomen onder het vertrouwen van Allah, en gemeenschap met hen is jullie toegestaan door de woorden van Allah. Jullie hebben recht op hen, en jullie hebben er recht op dat zij iemand die jullie niet mogen, niet toestaan op jullie bed te zitten. Doen zij dat toch, dan mogen jullie hen tuchtigen, maar niet hard. Hun rechten ten opzichte van jullie zijn, dat jullie hen op een passende manier voorzien van voedsel en kleding.” Overgeleverd door Imaam Moeslim (1218).

D –Ook dient de vrouw toestemming te vragen van haar man wanneer zij naar buiten wil gaan, (behalve in geval van noodzaak). 

E –Het bijbrengen van de goede manieren: Allah (de Verhevene) zegt: “En wat betreft hen (echtgenotes) waarvan jullie ongehoorzaamheid vrezen: vermaant hen, (als dat niet helpt) negeert hen (in bed) en (als dat niet helpt) slaat hen (licht). Indien zij jullie dan gehoorzamen: zoek den geen voorwendsel (om hen lastig te vallen).” (Soerat an-Nisaa-e (4) aayah 34).

Allah (de Verhevene) zegt: “O jullie die geloven, behoedt jullie zelf en jullie gezinsleden voor de Hel, die als brandstof mensen en stenen heeft.” (Soerat at-Tah’riem (66) aayah 6).

Ibn Kethier zei: “Qataada zei: “De man dient zijn gezin te op te dragen Allah gehoorzaam te zijn en hen afhouden van ongehoorzaamheid aan Hem en hen hierbij helpen. En wanneer de man een zonde bij zijn gezin constateert dient hij hen hiervan af te houden.” Tefsier Ibn Kethir (4/392).

F –Een goede omgang van de vrouw met haar man conform Allah’s uitspraak: ”En voor de vrouwen zijn er rechten overeenkomstig hun plichten, volgens wat redelijk is.” (Soerat an-Nisaa-e (4) aayah 228).

Imaam al-Qortobi zei: “Ibn ‘Abbaas zei: “Zij hebben recht op een goede huwelijksbetrekkingen en een goed gezelschap net zoals de man een recht heeft op de gehoorzaamheid van zijn vrouw.”

Er is ook gezegd: “Zij dienen hun mannen niet te schaden, net zoals het voor de mannen verboden is vrouwen te schaden.” Dit is gezegd door Imaam at-Tabarie. Ibn Zayd zei: “Vrees hebben voor Allah aangaande de echtgenoten.”

De commentaren zijn allemaal evenredig en het vers omvat alle rechten en plichten van zowel de man als de vrouw.” Zie Tefsier al-Qortobi (3/123 124).

En Allah weet het beste.

Bron: Sheikh Mohammed Saalih' al-Moenadjied.


AL.ISLAAM.COM
Uw mobiele kennisbron over de Islaam

BESCHIKBAAR OP DE VOLGENDE APPARATEN