Bibliotheek

Tawh'ied

Door dr. Abu Ameenah Bilal Philips
1000 keer gelezen

Tawh'ied

 

Tawh’ied betekent letterlijk iets één maken of iets één noemen. In het Nederlands wordt het één maken van iets, eenheid genoemd.  Echter in de Islam betekent Tawh’ied:- Het geloven in Allah als de Ene en Enige God bij alles dat we doen om Hem te behagen. Bijvoorbeeld het gebed behoort alleen tot Allah gericht te worden, de aalmoezen  (sadaqah en zakaat) behoren alleen voor Allah´s welbehagen gegeven te  worden, en Jihad behoort alleen omwille van Allah´s religie gevochten te worden.

De onderdelen van Tawh’ied

Het onderwerp van Tawh’ied kent 3 gedeelten  namelijk:

1) Tawh’ied Ar-Roeboebieyyah  (Eenheid van heerschappij).

2) Tawh’ied Al-Asma-e was-Sifaat ( Eenheid van Allah´s namen en eigenschappen).

3) Tawh’ied  Al-‘Ibadah ( Eenheid van  Aanbidding).

1. Eenheid van heerschappij.

Tawh’ied ar-Roeboebieyyah  betekent dat we accepteren dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) de Enige, Echte Kracht/Macht is in het Universum. Hij (Geprezen en Verheven is Hij) heeft  alles tot leven gebracht toen er niets was. Daarom is Hij Al-Khaliq (de Schepper). Hij (Geprezen en Verheven is Hij) is degene die alles de kracht geeft om te groeien, te bewegen en te veranderen. Daarom is Hij al-Rabb. Alleen dat gebeurt wat Hij (Geprezen en Verheven is Hij) toelaat ( te gebeuren) daarom is Hij Al-Malik (de Heerser van het universum)

Als iemand een zonde begaat, erkennen we dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) degene is die hem het verstand gaf waarmee hij het slechte kon bedenken, een lichaam om het kwade mee uit te voeren en dat met Allah´s toestemming zijn slechte ideeën ( in de praktijk) uitgevoerd worden. We behoren niet te zeggen dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) hem ertoe zette om een zonde te begaan want de mens maakt zelf de keuze om een slechte daad te begaan. In plaats daarvan  behoren we te zeggen dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) hem de mogelijkheid gaf om het slechte te denken en uit te voeren. (Dat de mens de mogelijkheden heeft gekregen om het goede of het slechte te doen. Dit wordt vrijheid van keuze genoemd) De mens kan het slechte niet doen zonder dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) het toelaat, en hij het slechte niet kon denken zonder dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) hem de mogelijkheid daartoe gaf. Hij begaat echter zelf het slechte en Allah (Geprezen en Verheven is Hij) laat dit toe. 

Allah (Geprezen en Verheven is Hij) leidt hetgeen dat gebeurt of dat nu goed of slecht is. Als we het kwaad willen  vermijden of het goede willen uitvoeren  dan dienen we tot Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te keren en vragen voor zijn hulp. (Als ons iets goeds overkomt kan niemand ons dat afnemen, alleen dat wat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) voor ons bestemd heeft en als ons iets slechts overkomt kan niemand dat van ons afkeren alleen dat wat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) bestemd heeft)

Als we vertrouwen op dingen die zelf zijn geschapen zoals amuletten (konijnenpoot en hoefijzers) die zogenaamd geluk brengen, dan hebben we dit onderdeel van Tawh’ied volledig vernietigd voor ons zelf. We hebben dan de grootste zonde begaan namelijk Shirk. Daarnaast als men geschapen zaken vreest, denkend dat ze ongeluk zullen brengen  (zoals het morsen van zout, een zwarte kat, gebroken spiegels etc.), heeft men ook Shirk begaan en heeft men dit onderdeel van Tawh’ied tenietgedaan.

2.Eenheid van Allah´s namen en attributen (eigenschappen).

Tawh’ied Al-Asma-e was-Sifaat betekent het omschrijven van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) met de namen en eigenschappen waarmee Hij (Geprezen en Verheven is Hij) zichzelf omschrijft in de Koran en die de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) noemde om Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te omschrijven.  Omdat Allah de Almachtige is worden Zijn naam Al-Asma Al-Husna ( De Meest Prachtige Namen) genoemd. Allah(Geprezen en Verheven is Hij) zegt in de Koran (20:8): - “ Allah, er is geen god dan Hij, de Schone Namen (Asmaoelhoesna) behoren Hem toe.”

Al hetgeen dat bestaat heeft bepaalde eigenschappen of kwaliteiten waarom het bekend staat. We leren in de wetenschap dat dieren anders zijn dan planten vanwege bepaalde eigenschappen die beiden bezitten. Dieren kunnen zich voortbewegen en merendeels van hen zorgen voor hun jongen terwijl planten deze eigenschappen niet bezitten. 

Insgelijks, iedere naam van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) omschrijft een bepaalde eigenschap die alleen Hem toebehoort. Bij voorbeeld Allah (Geprezen en Verheven is Hij) noemt zichzelf Al-Awwal (de Eerste) dat betekent dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) voor alles aanwezig was (en altijd zal zijn). Niets bestond vóór Allah  (Geprezen en Verheven is Hij) omdat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) alles heeft geschapen. (Dit is iets dat we met ons menselijk verstand niet kunnen omvatten omdat het groter is dan ons en ons inbeeldingvermogen.) Bij ons, in dit leven, is er altijd een begin en komt aan alles een eind. Een student kan de beste of eerste zijn van een klas of de eerste in een wedstrijd maar hij kan niet de eerste zijn voor alles.

De namen van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) noch zijn attributen zijn gelijk aan die van Zijn schepping. We behoren niet de attributen van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) toe te schrijven aan Zijn schepping en vice versa (dus niet de eigenschappen van Zijn schepping  aan Hem toeschrijven). Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zegt in de Koran (42:11):-“De schepper van de hemelen en de aarde. Hij heeft voor jullie van julliezelf en van de dieren paren geschapen. Hij vermenigvuldigt jullie, niets is aan Hem gelijk. En Hij is de Alhorende, de Alziende.”

In de Bijbel van de Christenen en in de Torah van de Joden wordt geschreven  (met hun hand) dat Allah het Universum  in 6 dagen heeft geschapen en op de 7de dag uitrustte (sliep). Dus  nemen ze zaterdag of zondag als hun rustdag waarop werken verboden is en als een zonde wordt beschouwd. Door het toekennen van menselijke eigenschappen aan Allah, die rust nodig hebben na het werk, hebben ze een grote zonde begaan namelijk Shirk.

In de Koran zegt Allah (2:255): -“Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, de Zelfstandige, sluimer noch slaap kan Hem treffen, aan Hem behoort toe wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Wie is degene  die voorspraak doet bij Hem zonder Zijn verlof? Hij kent wat er voor  hen is en wat er achter hen is. En zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten, behalve wat Hij wil. En Zijn Zetel strekt zich uit over de Hemelen  en de Aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet. En Hij is de Verhevene, de Almachtige.”

3.Eenheid van aanbidding.

Tawh’ied Al-‘Ibadah betekent dat we al onze gebeden tot Hem (Geprezen en Verheven is Hij) richten omdat Hij (Geprezen en Verheven is Hij)  de Enige is die onze gebeden kan beantwoorden. Sommige mensen zeggen:-“ Als je een klacht hebt als student kun je niet direct naar de rector. Je behoort eerst te spreken met je leraar en deze zal het aan de rector voorleggen. Op deze wijze is het ook beter om iemand te vragen die dicht bij Allah (Geprezen en Verheven is Hij) is zoals profeten en heiligen om je gebeden uit te voeren. Dit soorten praktijken doen lijken dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij), net als de mens, tussen personen nodig heeft. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) is echter in ieder opzicht anders, Hij (Geprezen en Verheven is Hij) hoort en ziet alles, dus we hebben geen persoon nodig die onze gebeden aan Allah voordraagt. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zegt in de Koran (40:60): -“ En uw Rabb zegt: "Aanbidt Mij; Ik zal uw gebed verhoren. Maar zij die te hoogmoedig zijn om Mij te aanbidden, zullen veracht de hel binnengaan."

Daarom is het richten van onze gebeden tot de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem)of andere rechtgeleide personen die sommige mensen ‘Heiligen’ noemen  in de hoop dat hun gebeden Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zullen bereiken  en via hun beantwoord zullen worden, een grote zonde namelijk Shirk. We moeten er wel bij vermelden dat aanbidding in Islam niet alleen de gebeden inhoudt. Als we een persoon volgen die datgene H’alaal (toegestaan) maakt wat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) Haram heeft gemaakt of vice versa dan zijn we ook betrokken in aanbidding tot hen. Het bewijs hiervoor is de h’adieth overgeleverd door ‘Adiy ibn H’aatim dat hij de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) de volgende vers hoorde reciteren (9:31) “Zij hebben naast Allah hun geleerde mannen en hun monniken tot Heren genomen. En ook de Messias, de zoon van Maria, hoewel hun was bevolen slechts de ene God te aanbidden. Er is geen God naast Hem. Hij is verheven boven hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.”

‘Adiy ibn H’aatim zei: -” We waren niet gewoon hen te aan bidden.”  De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei:-”Maakten zij niet H’araam wat Allah H’alaal had gemaakt en jullie maakten het allemaal Haram. En maakten zij niet H’alaal wat Allah Haram had gemaakt en jullie maken het Halal?”  Hij antwoordde:-“ Zeker”  De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei toen:-“Dat was jullie aanbidding tot hen.”  (at-Tirmidzie).

 


AL.ISLAAM.COM
Uw mobiele kennisbron over de Islaam

BESCHIKBAAR OP DE VOLGENDE APPARATEN