|
De profeet Nooh, vrede zij met hem
Nooh, vrede zij met hem, was een grote man.
Hij was geen koning. hij was niet rijk. hij was geen baas.
Hij was een man die machtig was.
Hij had een goed hart en was goed voor alles wat op de aarde leefde.
Hij dankte Allah altijd voor alles wat hij gekregen heeft.
Nooh is naar zijn volk gestuurd
om ze te vertellen dat er maar een God is. Allah is één.
Allah is machtig. Allah heeft alles gemaakt. Allah heeft de mens gemaakt. Allah heeft deze prachtige wereld gemaakt waar wij op
leven.
Allah heeft de mens hersenen gegeven om te denken. Gelukkig maar! Zijn volk
geloofde Nooh niet. Zij vonden hem gek. Zij geloofden in hun standbeelden
van hout of van steen. Standbeelden die niet konden horen of praten. De
sjataan heeft hun wijs gemaakt dat deze standbeelden met Allah konden praten. Gelukkig waren er nog mensen die Nooh wel wilden
geloven. De arme
en zwakke mensen vonden zijn woorden prachtig. Eén God. Allah die alles
heeft gemaakt. Allah die de mens heeft gemaakt. Allah die deze prachtige
wereld heeft gemaakt. De andere mensen, de rijke mensen, wilden Nooh maar
niet geloven. Hoe kan Nooh een profeet zijn, vroegen zij zich af? Nooh is
maar een mens en dat Allah met hem praat, dat kan al helemaal niet. De
rijke mensen waren gemeen tegen Nooh. Zo gemeen dat ze Nooh begonnen uit te
schelden. Nooh was een man met een goed hart en bleef volhouden. Hij probeerde de rijke mensen te laten geloven dat Allah maar één was en dat
Allah ze gemaakt heeft. en dat Allah deze prachtige wereld heeft gemaakt.
Dit heeft hij negenhondervijftig jaar volgehouden!
Nooh kwam er
eindelijk achter dat bijna niemand hem wilde geloven. Hij vroeg Allah of hij
deze mensen wilde straffen. Allah zei tegen Nooh dat hij een hele grote schip
moest maken.

|