|
De
Khaibar-strijd
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, vertrok in de maand Muharram van
het jaar 7 hijri naar Khaibar. Degenen die achter waren gebleven tijdens
Alhudaibiyah vroegen hem om toestemming mee te gaan. Hij maakte bekend dat er
geen buit zou worden verdeeld en dat men deze keer alleen de "Jihad"
zou voeren, waarna 1400 mannen, die ook tijdens Alhudaibiyah aanwezig waren, met
hem vertrokken.
Hij
volgde de gebruikelijke weg van Medina naar Khaibar tot aan de helft van deze
weg en wijzigde daarna de richting die vanuit het Shaam-gebied naar Khaibar
leidde. Zodoende konden de moslims de bewoners van Khaibar tegenhouden als zij
richting Shaam zouden willen vluchten.
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, overnachtte op een korte afstand
van Khaibar en vertrok vroeg in de ochtend. Daarbij merkten de joodse bewoners
van Khaibar niets en zijn 's ochtends op hun land gaan werken. Zij vluchtten
terug naar hun woningen toen zij het leger zagen en wisten toen dat het de
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, was.
Khaibar
bevond zich op een afstand van 171 kilometer ten zuiden van Medina en was
onderverdeeld in drie delen; Noetah, Katiebah en Sheq. Elk deel bestond weer uit
een paar vestingen. Daarnaast waren in Khaibar nog andere kleinere vestingen.
Het
openen van Noetah:
De
moslims legerden ver ten oosten van Noetah zodat de pijlen hen niet konden
bereiken. De strijd begon met de omsingeling van de vesting Na'im; een hoge,
zwaar bewaakte vesting dat de eerste verdedigingslinie van de joden was. Zij
bestookten elkaar een aantal dagen met pijlen, waarna de profeet, Allah's zegen
en vrede zij met hem, het goede nieuws aan zijn metgezellen verkondigde: zij
zouden Khaibar openen. Hij zei: ,,Ik zal morgen de banier aan een man geven die
van Allah en Zijn gezant houdt en van wie Allah en Zijn gezant houden." De
mensen van Almuhadjirin en Alansar sliepen die nacht, terwijl iedereen hoopte de
banier te krijgen. De volgende ochtend vroeg de profeet naar Ali. De mensen
vertelden hem dat hij last had van zijn oog.
Hij
stuurde iemand naar hem om te komen, spoog in zijn oog en verrichtte een
smeekbede voor hem, waarna Ali geen last meer had van zijn oog. De profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, gaf hem toen de banier en droeg hem op om de
mensen van Khaibar eerst tot de Islam op te roepen en pas als zij weigerden aan
te vallen.
De
joden hadden 's nachts hun kinderen en vrouwen naar een andere vesting
verplaatst en besloten om die ochtend de strijd met de moslims aan te gaan. Toen
Ali bij hen arriveerde zag hij dat zij voorbereid waren om oorlog te voeren. Hij
riep hen op zich tot de Islam te bekeren, waarna zij weigerden. Daarna daagde
hij Marhab, een held onder de mensen van Khaibar, uit voor een gevecht waarna
hij het tegen A'mir Ibn Alakwa'e mocht opnemen. Marhab raakte A'mir in zijn been
met zijn zwaard, waaraan hij later overleed. De profeet, Allah's zegen en vrede
zij met hem, vertelde zijn metgezellen dat A'mir twee beloningen zou krijgen
omdat hij de "Jihad" had gevoerd.
Daarna
liep Ali naar voren en vermoordde Marhab. De broer van Marhab vocht daarna tegen
Az-zubair Ibn Al'awam en werd ook vermoord, waarna de strijd oplaaide. Veel
joden werden in deze strijd vermoord, waarna de strijders ontmoedigd raakten en
zich begonnen terug te trekken. De moslims volgden hen en drongen door tot de
vesting. Daarna vluchtten de joden naar de volgende Sa'b-vesting, terwijl de
moslims de buit uit de eerste vesting meenamen. De moslims omsingelden daarna de
Sa'b-vesting onder leiding van Alhabab Ibn Munthir. De omsingeling duurde drie
dagen waarna de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de moslims de
opdracht gaf om aan te vallen en Allah
om overwinning en buit verzocht. Daarna vond een hevige strijd plaats, die
eindigde in een nederlaag voor de joden. De moslims openden de vesting vlak voor
zonsondergang en namen veel buit mee. In deze vesting bevond zich het grootste
deel van het voedsel van Khaibar dat de moslims goed konden gebruiken omdat ze
hiervoor erge honger hadden geleden.
De
joden vluchtten daarna naar de derde vesting van Noetah; de Zubair-vesting. De
moslims omsingelden ook deze vesting. Op de vierde dag sloten de moslims de
watertoevoer af, waarna de joden naar buiten kwamen en hevig hebben gevochten.
Uiteindelijk werden ze verslagen en vluchtten ze naar de Ubay-vesting in de
tweede serie vestingen in Khaibar.
| Vorige ||
Volgende || Terug naar de
index |
|