Home
 

Het schrijven naar vorsten en emirs 

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, had na het sluiten van het verdrag van Alhudaibiyah geen zorgen meer wat betreft Quraish. Na zijn terugkeer in Medina begon hij met het versturen van brieven naar de vorsten en de emirs, waarin hij hen tot de Islam opriep en hen wees op hun verant-woordelijkheden. Deze brieven zijn als volgt samengevat: 

1. Zijn brief aan de koning van Alhabashah, An-nadjashi Ashamah Ibn Al'abdjar: 

Deze brief luidde als volgt: ,,In de naam van Allah, de Erbarmer, de Barmhartige. Deze brief is van Mohammed de profeet aan An-nadjashi Al'asham, de vorst van Alhabashah. Vrede zij met degene die de juiste leidraad volgt en in Allah en in Zijn gezant gelooft. Ik verklaar dat er geen andere god bestaat dan Allah, de Enige zonder metgezel, partner of kind. Ik verklaar ook dat Mohammed Zijn dienaar en gezant is. Ik roep u in  de naam van de Islam. Wordt moslim dan zult u in vrede leven.

 {ياأهل الكتاب تعالوا إلى كلمة سواء بيننا وبينكم أن لا نعبد إلا الله ولا نشرك به شيئا ولا يتخذ بعضنا بعضا أربابا من دون الله فإن تولوا فقولوا اشهدوا بأنا مسلمون }

,,Zeg: "O Lieden van de Schrift, komt tot een gelijkluidend woord tussen  ons en jullie: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets naast Hem tot deelgenoot maken en dat wij elkaar niet als heren naast Allah plaatsen." Als zij zich dan afwenden, zegt dan: "Getuigt dat wij ons (aan Allah) overgegeven hebben." [Aal Imraan: 64].

Als u dat weigert dan is dat dezelfde zonde als bij uw eigen Christelijk volk."

Deze brief werd overgebracht door A'mr Ibn Umayah Ad-dhamri. Toen An-nadjashi de brief las legde hij het op zijn ogen en stapte van zijn zitbank af. Hij werd moslim in de aanwezigheid van Jaafar Ibn Abutalib, die het bericht naar de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, stuurde. An-nadjash huwde de moeder der gelovigen Oem Habibah aan de profeet en schonk haar een bruidschat die vierhonderd Dinar bedroeg. Hij stuurde haar samen met de groep moslims die naar Alhabasha immigreerde in twee boten naar Medina. 

Toen zij samen met A'mr Ibn Umayah in Medina aankwamen, was  de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, op dat moment in Khaibar.

An-nadjashi overleed in de maand Radjab van het jaar 9 hijri. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, verrichtte toen het dodengebed voor hem in Medina. De profeet stuurde zijn opvolger ook een brief waarin hij hem tot de Islam opriep, maar het is niet bekend of deze moslim is geworden. 

2. De brief van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, naar Almuqawqis, de koning van Alexandria: 

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, schreef ook naar Almuqawqis, koning van Egypte en Alexandria: ,,In de naam van Allah, de Erbarmer, de Barmhartige. Van Mohammed de profeet en dienaar van Allah aan Almuqawqis, de Koptische vorst. Vrede zij met degene die de juiste leidraad volgt. Ik roep u in de naam van de Islam. Wordt moslim dan zult u in vrede leven. Wordt moslim dan wordt u dubbel beloond. Als u dat weigert dan is dat dezelfde zonde zoals dat bij uw eigen Koptische volk geldt ,,Zeg: "O Lieden van de Schrift, komt tot een gelijkluidend woord tussen ons en jullie: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets naast Hem tot deelgenoot maken en dat wij elkaar niet als heren naast Allah plaatsen." Als zij zich dan afwenden, zegt dan: "Getuigt dat wij ons (aan Allah) overgegeven hebben." [Aal Imraan: 64]. 

De drager van deze brief was Hatib Ibn Abi Tha'labah. Hij gaf hem de brief en sprak met hem. Almuqawqis was gastvrij en behandelde hem goed. Hij stempelde de brief en bewaarde hem zorgvuldig. Later schreef hij aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, dat hij erkende dat er nog een profeet gezonden zou worden. Hij dacht zelf dat het iemand uit het Shaam-gebied zou zijn. Hij werd geen moslim, maar schonk de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, twee vrouwen; Maria en Sirien die een verheven positie bij hun volk hadden. Ook schonk hij kleding en een muilezel. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, koos voor Maria en de muilezel en schonk Sirien aan Hassan Ibn Thabit.

Vorige  ||  Volgende  ||  Terug naar de index  |





Hadith:

Aboe Maalik al-Haarith ibn ‘Aasim al-Ash’aarie

verhaalt dat de Boodschapper van Allah zei: “Reinheid is de helft van het geloof en het zeggen van ‘alle lof behoort aan Allah’ vult de weegschaal van de goede daden en (het zeggen van) ‘heilig is Allah en alle lof behoort Allah” vult de aarde. De Salaat is licht en liefdadigheid is een bewijs van het geloof: geduld is een gloed en de Koran is of een pleidooi voor je of tegen je. Ieder mens verlaat in de ochtend zijn huis en zet zijn ziel op het spel: hij verlost of verliest haar.”(Moeslim)

Rawdatul-anoir Alle auteurs en vertaalrechten zijn voorbehouden aan Stichting Alwaqf Alislami te Eindhoven.
 

No Copyright © 1423-2002 www.al-islaam.com, Inc. No rights reserved.