|
De
veldtocht naar Beni Quraithah
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, keerde terug naar Medina, legde
zijn wapen neer en trok zijn gevechtskleding uit. De engel Jibriel kwam naar hem
toe in de woning van Oem Salamah. Hij droeg hem op om naar Beni Quraithah te
gaan. Jibriel vertelde ook dat hij voorop zou lopen samen met andere engelen om
Beni Quraithah angst aan te jagen en paniek binnen hun vestingen te zaaien.
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, kondigde aan dat wie onder de
bewoners van Medina gehoorzaam was, zijn namiddaggebed "al'asr" in
Beni Quraithah zou verrichten. De bestuurstaken werden overgedragen aan Ibn Oem
Maktoem, terwijl de banier door Ali Ibn Abutalib werd gedragen. De profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, stuurde Ali in een groep naar Beni Quraithah.
Toen zij hem zagen begonnen zij de profeet te beledigen. De moslims in Medina
vertrokken de een na de ander richting Beni Quraithah nadat de oproep werd
gedaan. Sommigen verrichtten het namiddaggebed onderweg en anderen deden dat na
hun aankomst in Beni Quraithah. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem,
vertrok in een stoet vergezeld door mensen van Almuhadjirin en Al'ansar. Zij
legerden bij een put van Beni Quraithah "ana" genaamd.
De
mensen van Beni Quraithah raakten naar aanleiding hiervan in paniek en trokken
zich terug in hun vestingen. Zij durfden het gevecht niet aan terwijl de moslims
hen hermetisch hadden omsingeld. Toen de omsingeling lang duurde wilden zij het
advies vragen van sommige moslims waarmee zij een wederzijds beschermingsverdrag
hadden. Zij vroegen vervolgens de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem,
om Abu Lubabah naar hen toe te sturen om zijn advies te vragen. Toen hij
binnenkwam begonnen de vrouwen en de kinderen te huilen, waarna hij mededogen
met hen had. Zij vroegen hem of zij zich niet beter aan de profeet konden
overgeven. Hij vertelde ze dat inderdaad beter was en wees met zijn hand naar
zijn keel, waarbij hij 'slachten' bedoelde. Toen had Abu Lubabah al in de gaten
dat hij een zonde had begaan jegens Allah en Zijn profeet door met zijn hand
naar zijn keel te wijzen. Hij vertrok onmiddelijk naar de moskee in Medina en
bond zich aan een pilaar binnen de moskee.
Hij
zwoer dat hij niet zou vertrekken totdat de profeet, Allah's zegen en vrede zij
met hem, hem zelf zou komen
losmaken.
Toen
de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zijn verhaal hoorde zei hij:
,,Als hij naar mij was gekomen had ik voor hem Allah om vergeving gevraagd. Nu
dat hij dit allemaal heeft gedaan wachten we op het oordeel van Allah in zijn
zaak."
Doordat
de omsingeling lang duurde, raakten de mensen van Beni Quraithah verzwakt en
kwamen uit hun vestingen naar buiten na vijfentwintig dagen. Daarna werden de
mannen gearresteerd terwijl de vrouwen en de kinderen naar een aparte plaats
werden gebracht. De vroegere bondgenoten van Beni Quraithah, Alkhazradj, vroegen
de profeet om ze goed te behandelen zoals hij dat deed met Beni
Qaynuqaa'e, de vroegere bondgenoten van Al'aws.
De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zei toen: ,,Vinden jullie het
wel goed als iemand onder jullie hierover oordeelt?" Zij accepteerden dat,
waarna de profeet het overliet aan Sa'd Ibn Mu'ath om in de zaak van Beni
Quraithah te beslissen.
Sa'd
bevond zich op dat moment in Medina omdat hij gewond was geraakt tijdens de
Alkhandaq-strijd. Zij brachten hem op een ezel.
Toen
hij de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, naderde zei de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem: ,,Sta op voor jullie heer", waarna de
mensen van Alkhazradj rond Sa'd gingen staan en hem vroegen om Beni Quraithah
goed te behandelen. Hij gaf geen antwoord. Daarna zei hij: ,,Het is nu tijd om
nergens rekening mee te houden, om de zaak van Allah te dienen." Toen de
mensen dit hoorden vertrokken ze naar Medina.
Toen
Sa'd op de hoogte werd gebracht dat hij de aangewezen man was om te oordelen
over Beni Quraithah, heeft hij het oordeel uitgesproken dat de mannen vermoord
en de vrouwen en kinderen als krijgs-gevangenen meegenomen zouden moeten worden.
De vermogens zouden verdeeld moeten worden. De profeet, Allah's zegen en vrede
zij met hem, vertelde hem dat hij het juiste oordeel had uitgesproken en dat het
het oordeel van Allah was. Dit oordeel was ook overeenkomstig met de joodse
religie.
Op
basis van het oordeel van Sa'd Ibn Mu'ath, werden de mensen van Beni Quraithah
naar Medina overgebracht en opgesloten in de woning van een vrouw uit Beni
Nadjar. Er werden sloten voor ze gegraven op
de plek waar de markt van Medina was, waarna zij in groepen daarnaartoe gebracht
werden en onthoofd werden. Het waren vierhonderd mannen (ook is er overgeleverd
dat het om ongeveer zevenhonderd mannen ging).
| Vorige ||
Volgende || Terug naar de
index |
|