|
De
veldtocht naar Beni Nadhier
De
stam Beni Nadhier beraamde een samenzwering die ernstiger was dan die van de
stam U'dhal en Qarrah. De leden van de stam Beni Nadhier vroegen de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, om hen te ontmoeten en de Koran voor te
lezen en over de Islam vertellen. Zij zouden met hem in discussie gaan en als
hij hen kon overtuigen zouden zij zich tot de Islam bekeren. De ontmoeting werd
geregeld en deze geweldenaren
spraken met elkaar af, dat zij allemaal een wapen zouden meenemen en de profeet
zouden vermoorden. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, werd hiervan
op de hoogte gesteld, waarna hij besloot hen te verbannen.
Er
is ook overgeleverd dat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de
mensen van Beni Nadhier had bezocht na de terugkeer van A'mr Ibn Umayah. Hij zou
hen hebben gevraagd om hun deel van de
schadeloosstelling van de twee personen die A'mr vermoordden, te betalen, zoals
dat in de overeenkomst stond die tussen hen en de profeet, Allah's zegen en
vrede zij met hem, was afgesloten. De mensen van Beni Nadhier gingen daarmee
akkoord en vroegen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, te gaan
zitten totdat zij met elkaar zouden hebben overlegd. Zij waren van plan hem te
vermoorden, maar de engel Jibriel waarschuwde de profeet, Allah's zegen en vrede
zij met hem, waarna hij terugkeerde naar Medina en
de beslissing nam hen te verdrijven.
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, stuurde Mohammed
Ibn Maslamah naar Beni Nadhier om dit volk een ultimatum te geven uit
Medina te vertrekken. Zij kregen tien dagen de tijd. Wie zich daarna nog in
Medina zou bevinden zou worden vermoord, waarna zij zich klaar-maakten voor het
vertrek. De leider van de huichelaars, Abdullah Ibn Ubay, vroeg hen om stand te
houden en niet te vertrekken. Hij zou hen steunen met tweeduizend strijders;
,,Als jullie verdreven worden, dan zullen wij met jullie wegtrekken. En wij
zullen nooit iemand volgen (tegen jullie). En als jullie bestreden worden,
zullen wij jullie zeker helpen."
Ook
beloofde hij hen dat de stammen Quraithah en Ghatafan hen zouden steunen. Zij
bevonden zich, naar aanleiding hiervan, in een sterke positie en weigerden te
vertrekken uit Medina.
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, uitte de "takbier" d.w.z.
"Allah is groot", droeg het bestuur van Medina over aan Ibn
Oem Maktoem en vertrok richting Beni Nadhier, waarbij Ali de banier
droeg. De moslims omsingelden de stammen, waarna zij zich terugtrokken in hun
vestingen en de moslims met pijlen en stenen bekogelden. De profeet, Allah's
zegen en vrede zij met hem, gaf de
opdracht om de palmbomen en andere planten in de tuinen te hakken en te
verbranden; deze waren namelijk van levensbelang voor Beni Nadhier. Allah, de
Verhevene, zorgde ervoor dat zij angstig werden en ontmoedigd raakten. Zes dagen
later hebben zij zich overgegeven (vijftien dagen volgens een andere
overlevering), waarna zij alsnog Medina moesten verlaten. De stam Quraithah
heeft de mensen van Beni Nadhier verlaten, de leider van de huichelaars en hun
bondgenoten hebben hen bedrogen; ,,(De huichelaars zijn) zoals de Satan, toen
hij tot de mens zei: 'Wees ongelovig' maar wanneer hij dan ongelovig is, dan
zegt hij (de Satan): "Voorwaar, ik ben niet verantwoordelijk voor
jou"."
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, gaf hen toestemming al hun
eigendommen mee te nemen behalve de wapens. Zij namen mee wat zij konden dragen,
zelfs de deuren en ramen van hun woningen. Allah, de Verhevene, vertelt hierover
in de Koran:
{íÎÑÈæä
ÈíæÊåã ÈÃíÏíåã æÃíÏí ÇáãÄãäíä ÝÇÚÊÈÑæÇ
íÇÃæáí ÇáÃÈÕÇÑ}
,,Zij
verwoestten hun huizen met hun eigen handen en (die werden verwoest) door de
handen van de gelovigen. Trekt daar lering uit, O jullie bezitters van
inzicht."
De
meesten onder Beni Nadhier zijn naar Khaibar vertrokken en anderen naar het
Shaam-gebied. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, verdeelde hun
grond en huizen onder, voornamelijk de eerste, almuhadjirin.
Hij
gaf daarvan ook aan Abu Dudjanah en Sahl Ibn Hanif onder al'ansar omdat zij arm
waren. De rest van de buit, waaronder de paarden en de wapens, werden
beschikbaar gesteld voor het goede doel; het beogen van de tevredenheid van
Allah, de Verhevene. Er zijn vijftig harnassen, vijftig helmen en 340 zwaarden
gevonden.
| Vorige ||
Volgende || Terug naar de
index |
|