Home
 

De beramingen van Quraish en die van Allah, de Verhevene 

De bovengenoemde bijeenkomst vond plaats in het geheim. Het dagelijkse leven ging gewoon door en men moest niets kunnen merken van iets dat ook maar op een eventueel complot zou wijzen. Niemand mocht het idee krijgen dat er iets niet klopte en dat er iets gevaarlijks stond te gebeuren. De mensen van Quraish hielden hiermee rekening maar zij namen het dit keer op tegen Allah, de Verhevene. Hij was het die hun plannen tot mislukking heeft gebracht, zonder dat zij het wisten. De engel Jibriel daalde neer bij de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en bracht hem op de hoogte van hun plannen. Hij gaf hem ook toestemming te immigreren en bepaalde het tijdstip van vertrek. Ook legde hij hem alles uit over het tegenplan en zei: ,,Slaap vannacht niet in je eigen bed waar je gebruikelijk slaapt". 

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, vertrok in de namiddag, zodra de mensen hun dutje namen. Hij ging naar de woning van Abu Bakr, moge Allah met hem tevreden zijn, om zich voor te bereiden. Zij maakten de twee dieren klaar voor het vertrek en huurden Abdullah Ibn Uraiqit  Al-laythi in als gids onderweg; Abdullah was een aanhanger van de religie van Quraish. Zij spraken met hem af bij de berg Thawr na drie nachten. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, liet verder niks merken en ging gewoon door met zijn dagelijkse leven zodat de mensen van Quraish niet in de gaten kregen dat hij zijn vertrek aan het voorbereiden was. 

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, had als gewoonte na  het avondgebed te slapen en na middernacht weer op te staan om naar de gewijde moskee te gaan om het tahadjud-gebed te verrichten. Hij liet die avond Ali in zijn bed slapen en vertelde hem dat hij niets had te vrezen. Toen de mensen lagen te slapen, omsingelden de mannen (die het complot zouden uitvoeren) de woning van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Zij zagen Ali in het bed van de profeet bedekt met een deken en dachten dat het Mohammed, Allah's zegen en vrede zij met hem, was. Buiten stonden ze te wachten om hem aan te vallen zodra hij tevoorschijn zou komen. Allah, de Verhevene, zegt in antwoord hierop:

{æÅÐ íãßÑ Èß ÇáÐíä ßÝÑæÇ áíËÈÊæß Ãæ íÞÊáæß Ãæ íÎÑÌæß æíãßÑæä æíãßÑ Çááå æÇááå ÎíÑ ÇáãÇßÑíä }

'En (gedenk) toen degenen die ongelovig waren, een list tegen jou beraamden om jou vast te binden of jou te doden of jou te verdrijven. En zij beraamden een list en Allah maakte een plan. En Allah is de Beste der Beramers' [ 8: 30 ].

Vorige  ||  Hoofdstuk 15  ||  Terug naar de index  |





Hadith:

Aboe Maalik al-Haarith ibn ‘Aasim al-Ash’aarie

verhaalt dat de Boodschapper van Allah zei: “Reinheid is de helft van het geloof en het zeggen van ‘alle lof behoort aan Allah’ vult de weegschaal van de goede daden en (het zeggen van) ‘heilig is Allah en alle lof behoort Allah” vult de aarde. De Salaat is licht en liefdadigheid is een bewijs van het geloof: geduld is een gloed en de Koran is of een pleidooi voor je of tegen je. Ieder mens verlaat in de ochtend zijn huis en zet zijn ziel op het spel: hij verlost of verliest haar.”(Moeslim)

Rawdatul-anoir Alle auteurs en vertaalrechten zijn voorbehouden aan Stichting Alwaqf Alislami te Eindhoven.
 

No Copyright © 1423-2002 www.al-islaam.com, Inc. No rights reserved.