|
De
tweede trouwzwering van Al'aqaba
Tijdens
het bedevaartsseizoen van het jaar 13 na het gezantschap kwamen veel gelovigen
maar ook ongelovigen uit Yathrib naar Mekka. De moslims besloten de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, niet in de omgeving van Mekka te laten
rondtrekken uit angst dat de bewoners van Mekka hem later zouden uitzetten. Zij
namen in het geheim contact met hem op en hebben afgesproken elkaar te ontmoeten
tijdens de tashrieq-dagen bij de "jamrat-al'aqabah".
Zij
sliepen bij hun mensen op de bewuste avond. Midden in de nacht glipten zij een
voor een weg totdat zij allemaal bij elkaar waren bij Al'aqabah. Zij waren met
drieenzeventig mannen; tweeenzestig uit de stam Alkhazradj en elf uit de stam
Al'aws. Bij hen waren twee vrouwen; Nasibah, dochter van Ka'b uit de stam van
Beni An-nadjar en Asma'e, dochter van Amr uit de stam Beni Salamah. De profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, bezocht hen samen met zijn oom Al'abbas.
Al'abbas volgde toen de religie van zijn mensen maar wilde voor de zekerheid de
zaak van de zoon van zijn broer bijwonen.
Al'abbas
nam als eerste het woord waarbij hij zei: ,,De profeet geniet nog steeds aanzien
en bescherming van zijn mensen in zijn land. Als jullie het waar kunnen maken
wat jullie hem hebben aangeboden en als jullie hem kunnen beschermen tegen zijn
tegenstanders dan kunnen jullie je verant-woordelijkheid nemen, anders verlaten
jullie hem maar". Hun woordvoerder, Albara'e Ibn Ma'roer, zei: ,,Wij willen
eerlijkheid, betrouwbaarheid en wij stellen onze zielen ter beschikking voor de
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Gezant van Allah, vraag voor uzelf
en voor Allah, de Verhevene, wat u wilt."
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, sprak hen toe. Las uit de Koran en
verrichtte smeekbeden aan Allah. Hij zette ze aan om de Islam te volgen en
maakte hen bekend met de belangrijkste voorwaarde van Allah,de Verhevene:
1.
Dat zij Hem alleen zouden aanbidden zonder metgezellen.Verder stelde de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, nog enkele voorwaarden voor zichzelf en voor
Allah:
2.
Gehoorzaamheid bij momenten van ijverigheid en luiheid.
3.
Samen de kosten te delen voor het levensonderhoud tijdens moeilijke en
voorspoedige perioden.
4.
Het aanzetten tot het verrichten van goede daden en het afraden
van de ondeugdzame daden.
5.
Het innemen van een hard standpunt in zaken waar het belang van
Allah, de Verhevene, wordt aangetast, dit evenwel zonder rekening met
iets anders te houden.
6.
Dat zij hem steunen als hij naar hen komt en hem beschermen voor zij zichzelf en
eigen vrouwen en kinderen beschermen. In de plaats daarvoor zouden zij het
paradijs verdienen.
7.
Volgens een overlevering van U'badah moesten zij de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, trouw zweren en anderen niet bestrijden om een recht dat van hen is.
Albara'e
Ibn Ma'roer pakte de hand van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en
zei: ,,Jazeker, ik zweer bij Degene die u met de waarheid heeft gezonden, dat
wij u zullen beschermen tegen alles waarvoor wij onszelf ook beschermen.
Accepteer onze eed van trouw. Wij zijn gewend aan oorlog en wapens, wij erven
dat van de een op de ander."
Abul-haytham
Ibn At-tayhaan onderbrak hem: ,,Gezant van Allah, er zijn verdragen gesloten
tussen ons en de mensen van Quraish, waaraan wij hiermee een einde maken. Bent u
dan van plan, zodra Allah uw verkondiging laat zegevieren, terug te keren naar
uw mensen?
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, glimlachtte en zei: ,,Integendeel,
bloed is bloed en sloop is sloop. Jullie behoren bij mij en ik bij jullie. Ik
zal oorlog voeren tegen wie jullie oorlog voeren en vrede sluiten met wie jullie
vrede sluiten".
Tijdens
dit belangrijke moment liep Al'abbas Ibn U'badah Ibn Nadlah naar voren en zei:
,,Weten jullie wel zeker waarvoor jullie deze man trouw zweren? Jullie zweren
hem trouw om de oorlog tegen alle mensen te voeren. Als jullie, zodra jullie
geld of jullie vooraanstaanden onheil treft, hem zullen verlaten dan is dat
jullie tegenspoed in het wereldlijke leven en in het hiernamaals. Maar als
jullie hem boven dat alles stellen dan is hij jullie voorspoed in beide
levens".
De
aanwezigen zeiden: ,,Wij achten hem hoger dan deze zaken en dan onze vooraanstaanden,
want wat krijgen we daarvoor terug? De profeet, Allah's zegen en vrede zij met
hem, zei: ,,Het paradijs". Zij vroegen hem daarna om zijn hand te geven.
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, gaf zijn hand waarna zij opstonden
en hem hun trouw bewezen. As'ad Ibn Zurarah nam zijn hand en zei:,,Wacht eens
even, mensen van Yathrib. Wij hebben deze afstand naar hem afgelegd omdat wij
weten dat hij een gezant van Allah is. Wij keren ons
hiermee tegen alle Arabieren, jullie vooraanstaanden worden dan vermoord
en jullie zullen vanuit alle kanten aangevallen worden. Als jullie zouden
volharden, dan ga hiermee door totdat Allah jullie zal belonen. Als jullie angst
hebben doe het dan niet. Dat zou Allah eerder aanvaarden".
Zij
zeiden tegen As'ad: ,,Doe je hand weg, wij verlaten het zweren van deze trouw
nooit en zetten geen stap terug". Daarna stonden zij op en hebben de
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, een voor een eed van trouw getoond.
Volgens de meest betrouwbare overleveringen was de eerste As'ad Ibn Zurarah. Ook
zou het Abul-Haytham Ibn At-tayhaan of Albara'e Ibn Ma'roer kunnen zijn.
De
trouwzwering van de vrouwen vond plaats door het uitspreken van de eed, maar
zonder een hand te geven.
| Vorige ||
Volgende || Terug naar de
index |
|