Home
 

De eerste trouwzwering van Al'aqaba 

Tijdens het eerstvolgende bedevaartsseizoen in het jaar 12 na het gezantschap kwamen twaalf mannen, waarvan tien van de stam Alkahazradj en twee van de stam Al'aws, naar Mekka. Vijf van de tien personen uit de stam Alkhazradj waren het jaar ervoor ook geweest. Behalve Djabir Ibn Abdullah waren dat deze vijf anderen: 

- Mu'ath Ibn Alharith (Mu'ath Ibn A'frae')
- Thakwan Ibn Abd-Qais
- U'badah Ibn As-samit
- Yazid Ibn Tha'labah
- Alabbas Ibn Ubadah Ibn Nadhlah

De twee mannen uit Al'aws waren: 

- Abul-Haytham Ibn At-tayhan  
- U'waym Ibn Saaidah 

Deze groep mensen ontmoette de profeet, Allah's zegen en vrede zij  met hem, bij Al'aqabah in Minan. Hij leerde hen de Islam en zei tegen hen: ,,Zweer mij trouw te zijn en dat jullie geen metgezel naast Allah zullen aanbidden, dat jullie niet stelen, geen ontucht plegen, jullie kinderen niet vermoorden, dat jullie niet met lasterlijke slechtheid aankomen en mij in het redelijke niet ongehoorzaam zijn. Wie van jullie zich hieraan houdt vindt zijn beloning bij Allah. Wie zich hieraan niet houdt en zijn bestraffing in het tegenwoordige leven krijgt; dat zal de vergelding van Allah zijn. Het is aan Allah, de Verhevene, om degene al dan niet te bestraffen. Zij zworen hierna trouw te zijn aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. 

De verkondiging van de Islam in Yathrib: 

Bij de terugkeer van deze groep mensen naar Yathrib stuurde de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, Mus'ab Ibn U'mair met hun mee. Hij leerde hen de Koran en de religie. Mus'ab Ibn U'mair logeerde bij Abu Umamah As'ad Ibn Zurarah waarna zij samen actief de Islam verkondigden. Zij bezochten een tuin waar het stamhoofd van Al'aws, Sa'd Ibn Mu'ath ook aanwezig was. Sa'd vroeg aan zijn neef Usaid Ibn Hadier of hij naar de twee mannen zou lopen om hen weg te sturen.  ,,Zij beïnvloeden de zwakken onder ons". Usaid pakte zijn pijl en boog en liep naar hen. Toen As'ad hem zag zei hij tegen Mus'ab: ,,Dit is een vooraanstaande binnen zijn stam, wees oprecht jegens hem".

Usaid benaderde hen en zei: ,,Waarom zijn jullie hier, om de zwakken onder ons tot dwazen te veranderen? Verlaat ons als jullie in leven willen blijven".

Mus'ab zei: ,,Zou je even willen gaan zitten en luisteren. Als je het redelijk vindt dan neem je het aan anders laten we jou met rust". Hij stemde hiermee in en ging zitten. Mus'ab sprak met hem over de Islam en las hem uit de Koran voor. Usaid waardeerde deze religie, omhelsde de Islam waarbij hij de geloofsverklaring uitte. 

Usaid keerde terug en probeerde Sa'd Ibn Mu'ath naar hen te struren. Hij zei tegen hem: ,,Ik sprak met de twee mannen en kon niets, wat slecht was, aan ze merken. Ik heb ze gewaarschuwd en zij zullen daarmee op-houden". Usaid voegde eraan: ,,Er is mij verteld dat de mensen van Beni Harithah, As'ad Ibn Zurarah willen vermoorden omdat hij een neef van je is, zij schenden hiermee het verdrag dat jullie hebben. 

Sa'd reageerde woedend. Hij stond op en liep naar de twee mannen. Mus'ab heeft hem op dezelfde manier toegesproken als Usaid waarna Allah, de Verhevene, hem tot de Islam heeft bekeerd. Hij uitte de geloofsverklaring en keerde terug naar zijn mensen en zei: ,,O mensen van Beni Abd-alashhal, hoe hebben jullie mij gekend?". Zij zeiden: ,,Je bent onze heer en je bent de wijste onder ons". Hij vertelde hen daarna dat niemand meer met hem kon praten voordat zij allen in Allah zouden geloven  en in zijn gezant. Op dezelfde avond zijn ze allemaal  moslim geworden, behalve Al'usayram. 

Deze man bekeerde zich pas op de dag van Uhud-strijd tot de Islam. Hij stierf tijdens deze strijd als martelaar alvorens hij ook maar een keer was neergeknield voor Allah. 

Mus'ab Ibn U'mair keerde daarna terug naar Mekka vlak voor het bedevaartsseizoen. Hij droeg deze berichten van overwinning met zich mee. 

Vorige  ||  Hoofdstuk 11  ||  Terug naar de index  |





Hadith:

Aboe Maalik al-Haarith ibn ‘Aasim al-Ash’aarie

verhaalt dat de Boodschapper van Allah zei: “Reinheid is de helft van het geloof en het zeggen van ‘alle lof behoort aan Allah’ vult de weegschaal van de goede daden en (het zeggen van) ‘heilig is Allah en alle lof behoort Allah” vult de aarde. De Salaat is licht en liefdadigheid is een bewijs van het geloof: geduld is een gloed en de Koran is of een pleidooi voor je of tegen je. Ieder mens verlaat in de ochtend zijn huis en zet zijn ziel op het spel: hij verlost of verliest haar.”(Moeslim)

Rawdatul-Anoir  Alle auteurs en vertaalrechten zijn voorbehoud aan Stichting Alwaqf Alislami te Eindhoven
 

No Copyright © 1423-2002 www.al-islaam.com, Inc. No rights reserved.