|
Zainab
was een vrijgevige en Allahvrezende vrouw. Ze stierf in het jaar 20 hijri op een
leeftijd van 53 jaar en werd in Albaqi'e begraven . Zij overleed als eerste
onder de vrouwen van de profeet na zijn overlijden. Omar Ibnulkhattab heeft het
dodengebed voor haar verricht.
8.
Moeder der gelovigen; Djuwayriah, de dochter van Alharith, hoofd van de
stam Beni Almoestaliq,moge Allah met haar
tevreden zijn:
Ze
werd als krijgsgevangene genomen in de slag bij Beni Almoestaliq in de maand
Sha'ban van het jaar 6 hijri (volgens andere overleveringen 5 hijri). Zij werd
toegekend aan Thabid Ibn Qays als zijn onderdeel van de oorlogsbuit. De profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, verklaarde het huwelijk nietig, stelde haar
in vrijheid en trouwde met haar. Naar aan-leiding hiervan werden honderd
krijgsgevangenen in vrijheid gesteld omdat ze nu behoorden tot de schoonfamilie
van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Djuwayriah was de meest
gezegende vrouw onder haar volk n stierf in de maand Rabi'e I van het jaar 56
hijri en werd 65 jaar oud. (volgens andere overleveringen 55 hijri).
9. Moeder der gelovigen; Oem Habibah Ramlah Bint
Abu Sufyan, moge Allah met haar
tevreden zijn:
Ze
was getrouwd met Ubaydillah Ibn Djahsh en kreeg een dochter Habibah, vandaar
haar bijnaam Oem Habibah (de moeder van Habibah). Ze immigreerde met haar man
naar Alhabashah waar hij zich tot het Christendom bekeerde en overleed als
niet-moslim "moertad", terwijlOem Habibah aan haar religie vasthield.
Toen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, A'mr Ibn Umayah Ad-dhamri
naar Alhabashah stuurde om zijn brief aan Nadjashi te overhandigen, maakte hij
kenbaar dat hij met Oem Habibah wilde trouwen. Nadjashi huwde haar aan de
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, schonk haar vierhonderd dinar als
bruidschat en stuurde haar met Shurahbiel Ibn Hasanah naar de profeet, Allah's
zegen en vrede zij met hem. De huwelijksvoltrekking vond plaats na de terugkeer
van de profeet van Khaibar rond de maand Safar van het jaar 7 hijri. Zij
overleed rond het jaar 42 of 44 hijri, (ook is het jaar 50 in sommige
overleveringen genoemd).
10.
Moeder der gelovigen; Safiyah, de dochter van Huyay Ibn Achtab, moge Allah met
haar tevreden zijn:
Zij
was de dochter van de hoofd van de stam Beni Nadhir (een joodse stam). Zij was
een afstammeling van Haaroen, vrede zij met hem, en werd als krijgsgevangene
meegenomen tijdens de Khaibar-strijd waarbij de profeet, Allah's zegen en vrede
zij met hem, haar voor zichzelf heeft gekozen en gevraagd of ze moslim wilde
worden. Nadat zij moslim werd stelde de profeet, Allah's zegen en vrede zij met
hem, haar in vrijheid en trouwde met haar. Het huwelijksvoltrekking vond plaats
onderweg naar Medina, vlak na de opening van Khaibar in het jaar 7 hijri in Sad
Sahba'e.
Zij
overleed in het jaar 50 hijri (volgens andere overleveringen in het jaar 52 of
36) en werd begraven in Albaqi'e.
11. Moeder der gelovigen; Maymoenah Alhilaliyah, de dochter van Alharith,
moge Allah met haar tevreden zijn:
Zij
was de zus van Loubaba, de dochter van Alharith en de vrouw van Al'abbas, moge
Allah tevreden met hem zijn. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem,
trouwde met haar in de plaats Sirf in de maand Thul Qi'dah van het jaar 7 hijri.
Volgens de meest waarschijnlijke overleveringen is zij in Sirf overleden in het
jaar 61 hijri en is ook daar begraven.
Dit
waren de elf vrouwen van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem; de
moeders der gelovigen. Alle geleerden zijn het over dit aantal eens, behalve
over Rayhanah Bint Zaid. Zij was afkom- stig uit de stam Beni Nadhir en getrouwd
met een man uit Beni Quraithah. Tijdens de slag bij Beni Quraithah werd ze
gevangen genomen en koos de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, haar
voor zichzelf waarna hij haar vrijkocht en haar als vrouw nam in de maand
Muharram in het jaar 6 hijri. Volgens sommige overleveringen heeft de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, haar niet vrijgekocht maar beschikte over
haar als slavin. Nadat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, terug was
van zijn afscheidsbedevaart stierf zij en werd in Albaqi'e begraven.
Behalve
deze vrouwen had de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, nog één
slavin: de Koptische Maria. De Koptische koning schonk haar aan de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, toen hij zijn brief beantwoordde. Zij was
lid van een koninklijk familie. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem,
had haar daarna voor zichzelf gehouden en kreeg een zoon van haar die hij
Ibrahiem heeft genoemd. Maria stierf in het jaar 16 hijri.
| Vorige ||
Hoofdstuk 38 || Terug naar de
index |
|