|
De
delegaties, de verkondigers van de
boodschap en de gouverneurs
De
Arabieren wachtten op het resultaat van de strijd tussen de mensen van Quraish
en de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Zij geloofden dathet kwade
met alleen menselijke kracht nooit over het gewijde huis van Allah kon heersen.
Het verhaal van 'de mensen van de olifant' was namelijk niet onbekend bij hen.
Allah had de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, tot een hogere positie
verheven door hem het huis van Allah binnen te laten treden. Dit gaf de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, zoveel invloed op de ongelovigen van Mekka,
dat de rest van de Arabieren hierna geen twijfel meer hadden over het feit dat
hij de ware boodschapper was.
Dit
leidde tot een stroom van delegaties vanuit verschillende Arabische stammen naar
de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, die in zijn boodschap geloofden
en hem gehoorzaamden. De mensen begonnen in grote groepen tot de Islam toe te
treden. In een kort tijdbestek verspreidde de islamitische staat zich van de
kust van de Rode Zee tot de Arabische Golf en van Zuid Jordanië en het
Shaam-gebied tot Jemen en Oman. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem,
begon de aangelegenheden van de islamitische staat goed te organiseren, hij
stuurde mensen voor verdere verkondiging van de Islam en stelde gouverneurs in
het land aan; stuurde giften aan de mensen die het nodig hadden en zorgde voor
de aanstelling van voldoende mensen om het land en de burgers te organiseren,
zoals rechters en gouverneurs. Deze zaken komen verderop nog aan de orde.
Het
aantal delegaties dat bij de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, kwam,
was ruim zeventig. Volgens de historici en sommige geleerden waren het er bijna
honderd. De komst van deze delegaties naar de profeet, Allah's zegen en vrede
zij met hem, begon voor de opening van Mekka. Sommige delegaties kwamen direct
na de migratie naar Medina en andere zelfs voor de migratie. Maar de meesten
kwamen in het negende en tiende jaar na de migratie en later na de opening van
Mekka. Daarom wordt het negende jaar na de migratie ook wel eens 'het jaar van
de delegaties' genoemd.
De
meeste leden van deze delegaties waren ook de leiders van de stammen. De ene
keer was er een vooraanstaande bij en soms waren het er zelfs meer dan een. De
intentie en de doelstellingen van iedere delegatie waren verschillend, sommigen
kwamen om de krijgsgevangenen terug te krijgen, zoals de delegatie van Hawazin
en Tamim, anderen kwamen voor de garantie van veiligheid voor zichzelf of hun
stam, anderen wilden hun bewondering voor de profeet, Allah's zegen en vrede zij
met hem, laten blijken, anderen kwamen om in discussie te gaan met de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, weer anderen kwamen met het verzoek om het
islamitische leger te laten terugtrekken, zodat hun volk niet zou worden
aangevallen, sommigen wilden de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem,
gehoorzamen en de "djiziah" betalen; sommigen wilden tot de islam
toetreden en sommige moslims wilden namens hun stam de regels van de islam
leren.
De
profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, ontving deze delegaties op een
uiterst vriendelijke manier, stelde ze tevreden en leerde ze op deze manier van
de Islam te houden. Hij leerde ze het geloof "iemaan" en de
islamitische wetgeving "Sharia" zodat zij deze kennis aan hun eigen
mensen konden doorgeven. De delegaties waren het beste contactmiddel om de
religie bekend te maken bij de mensen van het platteland. De gevolgen van de
komst van de verschillende delegaties waren dat de meeste van hen toetraden tot
de Islam en dat hun stammen ook direct of na korte tijd het ook deden. Een
beperkt aantal heeft deze stap niet genomen zoals de stam Banu Hanifah en die
van Moesaylimah 'de leugenaar'. Wij noemen van deze delegaties de belangrijkste:
De
delegatie van Abd-Alqays:
Deze
stam vestigde zich in het oosten van het Arabisch Shiereiland
Zij zijn de eerste stam buiten Medina die tot de Islam toetrad. In de
moskee van deze stam werd het eerste vrijdagmidaggebed verricht na de moskee van
de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Dit vond plaats in het dorp
Djawathie in Bahrain. De delegatie Banu Abd-Alqays is twee keer bij de profeet,
Allah's zegen en vrede zij met hem, geweest. De eerste keer in het jaar 5 hijri,
de tweede keer in 'het jaar van de delegaties' (9 hijri).
De
delegatie bestond de eerste keer uit dertien of veertien
vertegenwoordigers. Toen zij in Medina de profeet, Allah's zegen en vrede
zij met hem, hadden gezien, stapten zij van hun rijdieren en begroetten hem.
Abdullah Ibn Awf Al-Ashedj was de jongste onder hen, hij bleef achter om de
rijdieren vast te binden, pakte twee kledingsstukken, trok deze aan en ging op
een rustige manier naar de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, om hem
te begroeten. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zei tegen hem:
"Je bezit twee eigenschappen waarvan Allah en Zijn gezant houden;
zachtmoedigheid en geduld".
| Vorige ||
Volgende || Terug naar de
index |
|