Home
 

"Oemrat Alqadaa'e"

In de maand Thil Qi'dah van het jaar 7  vertrok de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, richting Mekka om de "oemrah" te verrichten waarover hij een verdrag had gesloten met de mensen van Quraish; Alhudaibiyah-verdrag. Hij droeg zijn taken in Medina over aan Abarahm Alghifari en voerde zestig koeien mee onder leiding van Nadjiyah Ibn Djundub Al'aslami. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, droeg de wapens uit vrees van bedrog van Quraish. Bashir Ibn Sa'd was voor de wapens verantwoordelijk. Mohammed Ibn Maslamah moest voor de honderd paarden zorgen. 

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, begaf zich in de staat van "moehrim" bij de plaats Thilhulaifah en sprak de "talbiah" uit, waarna zijn metgezellen dat ook deden. Hij trok daarna verder totdat hij Wadi Ya'juj naderde waar hij de wapens verzamelde, behalve de zwaarden, en droeg de verantwoordelijkheid daar over aan Aws Ibn Khawli Alansari die vergezeld was van tweehonderd man. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, trok met de rest van zijn metgezellen Mekka binnen vanuit Thinyat-Kada'e, waarbij zij hun zwaarden droegen. Hij liep de gewijde moskee binnen en liep rondom de Ka'bah waarbij hij de zwarte steen met  zijn stok aanraakte terwijl hij op zijn kameel zat. Tijdens het lopen rondom de Ka'bah hielden de moslims hun rechterschouders onbedekt als symbool van moed en kracht. Abdullah Ibn Rawahah liep voor de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, terwijl hij het volgende gedicht zei: 

Oh jullie die ongelovig zijn. Laat de gezant van Allah zijn eigen weg volgen,want al het goede komt van hem. Vandaag laten wij geen twijfels bestaan over de interpretatie van de Koran, zoals er geen twijfels meer zijn over het neerdalen ervan. 

De afgodendienaars bevonden zich boven de berg Qu'aiqi'aan aan de noordelijke kant van de Ka'bah. Zij verwachtten dat de moslims zwaar ziek zouden zijn omdat er koorts in Medina heerste. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, had de moslims daarom opgedragen om hard rondom de Ka'bah te lopen om het tegendeel te bewijzen. Tussen Roekn-Alyamani en de zwarte steen hoefde dat niet omdat de afgodendienaars hen toch niet konden zien. 

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, liep daarna zeven keer heen en weer tussen de heuvels Safah en Marwah. Tot slot slachtte hij zijn offer en scheerde zijn hoofd. Hij stuurde hierna een aantal mannen onder zijn metgezellen naar Batn Ya'juj om de wapens te bewaken en de andere mannen af te lossen zodat deze ook de rituelen konden verrichten. 

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, verbleef drie dagen in Mekka en trouwde met Maymoenah, de dochter van Alharith. Zij was de vrouw van de heer der martelaars Hamzah en tante van Ibn Abbas. Zodoende huwde Abbas haar aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Dit is bovendien geoorloofd omdat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de "oemrah" verrichtte vlak na zijn aankomst in Mekka waarna hij zich niet meer in de staat van "moehrim" bevond. 

Op de vierde dag vertrok de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, 's ochtends richting Medina en nam een rustpauze bij Sirf op een afstand van negen mijlen van Mekka. Daar vond de huwelijksvoltrekking met Maymoenah plaats waarna hij doortrok richting Medina, vol blijdschap doordat Allah, de Verhevene, zijn droom had verwezenlijkt en het mogelijk maakte dat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de "oemrah" in Mekka kon verrichten. Door Allah's voorbeschikking stierf Maymoenah, moge Allah met haar tevreden zijn, later in Sirf waar de huwelijksvoltrekking plaats had gevonden en daarna ook haar begrafenis. 

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, stuurde na zijn terugkeer in Medina een aantal keer het leger naar verschillende plaatsen waar hij zelf  niet bij was.

Vorige  ||  Hoofdstuk 31  ||  Terug naar de index  |





Hadith:

Aboe Maalik al-Haarith ibn ‘Aasim al-Ash’aarie

verhaalt dat de Boodschapper van Allah zei: “Reinheid is de helft van het geloof en het zeggen van ‘alle lof behoort aan Allah’ vult de weegschaal van de goede daden en (het zeggen van) ‘heilig is Allah en alle lof behoort Allah” vult de aarde. De Salaat is licht en liefdadigheid is een bewijs van het geloof: geduld is een gloed en de Koran is of een pleidooi voor je of tegen je. Ieder mens verlaat in de ochtend zijn huis en zet zijn ziel op het spel: hij verlost of verliest haar.”(Moeslim)

Rawdatul-anoir Alle auteurs en vertaalrechten zijn voorbehouden aan Stichting Alwaqf Alislami te Eindhoven.
 

No Copyright © 1423-2002 www.al-islaam.com, Inc. No rights reserved.