Home
 

That Ar-riqaa'e-strijd

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, werd na zijn terugkeer van Khaibar op de hoogte gebracht van de voorbereidingen van de stammen Anmar, Tha'labah en Maharib om de moslims aan te vallen. Hij droeg zijn taken in Medina over aan Othman Ibn A'ffan, moge Allah met hem tevreden zijn en vertrok samen met zevenhonderd mannen richting Nakhl. Daar ontmoetten zij een groep mensen uit Ghatafan. De partijen kwamen tegenover elkaar te staan en wisselden dreigmenten uit zonder dat er gevochten werd. Toen de gebedstijd aanbrak verrichtte de profeet, Allah zegen en vrede zij met hem, met de eerste groep twee "rak'ah" en met  de andere groep ook twee. Dat is namelijk het gebed tijdens noodsituaties. 

De vijand werd angstig en toonde geen weerstand, waarna de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, naar Medina terugkeerde. 

Deze strijd werd That Ar-riqaa'e genoemd omdat de moslims hun voeten met stof hadden verenigd door de lange afstanden die zij moesten afleggen. Ook is er overgeleverd dat dit de plaatsnaam is. 

Er vond tijdens deze veldtocht een opmerkelijk incident plaats. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, ging op een dag onder de schaduw van een boom slapen en hing zijn zwaard aan de boom. Een man onder de afgodendienaars pakte zijn zwaard af toen hij sliep. Toen hij wakker werd zei de man: ,,Ben je bang voor me?" De profeet, Allah's zegen en  vrede zij met hem, antwoorde: ,,Nee." Toen zei de man: ,,Wie kan jou  tegen mij beschermen?" De profeet antwoorde: ,,Allah". Toen viel het zwaard uit zijn hand, waarna de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, het heeft gepakt en tegen hem zei: ,,Wie kan jou nu tegen mij beschermen?" De man vroeg hem om barmhartig te zijn. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, riep hem op zich tot de Islam te bekeren maar de man weigerde. Wél beloofde hij geen oorlog tegen hem te voeren  of deel te nemen aan een strijd tegen de moslims, waarna de profeet hem in vrijheid stelde. Hij vertelde zijn volk dat hij de beste onder de mensen  heeft ontmoet.

De meeste geleerden zeggen dat deze strijd in het vierde jaar na de migratie plaats heeft gevonden. Maar de meest betrouwbare overlevering is dat deze strijd in het jaar zeven plaatsvond, omdat Abu Hurairah en Abu Moesa aanwezig waren tijdens deze strijd, terwijl zij de eerste keer naar de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, waren gekomen na de opening van Khaibar.

Vorige  ||  Hoofdstuk 30  ||  Terug naar de index  |





Hadith:

Aboe Maalik al-Haarith ibn ‘Aasim al-Ash’aarie

verhaalt dat de Boodschapper van Allah zei: “Reinheid is de helft van het geloof en het zeggen van ‘alle lof behoort aan Allah’ vult de weegschaal van de goede daden en (het zeggen van) ‘heilig is Allah en alle lof behoort Allah” vult de aarde. De Salaat is licht en liefdadigheid is een bewijs van het geloof: geduld is een gloed en de Koran is of een pleidooi voor je of tegen je. Ieder mens verlaat in de ochtend zijn huis en zet zijn ziel op het spel: hij verlost of verliest haar.”(Moeslim)

Rawdatul-anoir Alle auteurs en vertaalrechten zijn voorbehouden aan Stichting Alwaqf Alislami te Eindhoven.
 

No Copyright © 1423-2002 www.al-islaam.com, Inc. No rights reserved.